Eén voor één neem ik mijn boeken uit de kast, betast ze, bepotel ze, doorblader ze. Ik begin links van boven bij de A en ga zo de kamer rond tot ik – meer dan 2600 boeken later – bij 5000 ans d’art du livre uitkom. Daarna doe ik een greep naar de poëzie in de slaapkamer, de prentenboeken in de kinderkamer, de kookboeken in de keuken en de kunstboeken in de woonkamer.
#356 – Het neefje van Mlle Autorité / André Baillon ; vert. Frans Denissen en Hilde Rits. – Amsterdam : Nijgh & Van Ditmar, 1998. – 144 p. ; 21 cm. – ISBN 9038803036. - Staat tussen In de piepzak van André Baillon en Jojo Pingping van André Baillon. – Gelezen
Op Het boek van Marie en Waanzinnen na heb ik Baillon’s volledige werk, denk ik. Waarom?
Stilaan raakt de man in de vergetelheid, zijn herontdekking onder impuls van de vertaaldrift van Denissen is alweer onder het stof geraakt. Geen kat die hem nog leest. Misschien in Dendermonde?
Met waanzin, stel ik vast, heb ik jarenlang gedweept. Dat begon met De gebroeders Karamazow en vindt tot de dag van vandaag een uitweg in mijn verknochtheid aan een bepaald soort schrijvers. Beschouw ik mezelf als een gek? En lees ik bepaalde schrijvers meer dan anderen, omdat ze een superieur taalgevoel hebben, of omdat hun geest in kronkels werkt?
Toon me je boekenkast en ik vertel je wie je bent … zoiets? … nou, ga je gang, zou ik zeggen … (denk er een laagje stof bij ..)
Deze jeugdherinneringen zijn trouwens uitermate ontroerend, meen ik me te herinneren.

