Geld en goed bij Dostojevski : vier essays

Geld en goed bij Dostojevski

Biografieën, boekstaren, Romans & Verhalen, Russische literatuur

Eén voor één neem ik mijn boeken uit de kast, doorblader ze. Ik begin links van boven bij de A en ga zo de kamer rond, dwaal door de poëzie in de traphal, de prentenboeken in de kinderkamer, de kunstboeken in de woonkamer tot ik – meer dan 2900 boeken later – opnieuw bij A uitkom en van voren af aan begin …

#11 – Geld en goed bij Dostojevski : vier essays / [door] Charles B. Timmer. – Amsterdam : Arbeiderspers, 1990. – 150 p. ; 20 cm. – ISBN 90-295-4842-8. – Staat tussen F.M. DOSTOYEVSKY van V. YERMILOV en DOSTOJEWSKI EN NIETZSCHE van WALTER SCHUBART. – Gelezen

 

Geld en goed bij Dostojevski : vier essays

Eén van de eerste boeken over Dostojevski die ik ooit las, en dat ter voorbereiding op het eindwerk dat ik nooit geschreven heb over Dostojevski en de psychoanalyse. Ik was toen nog arrogant genoeg om Charles B. Timmer tegen te willen spreken: het boek staat (voor mijn doen) vol (nu ja, de eerste 35 pagina’s …) met mijn(!) aantekeningen waarin ik Timmer dacht te kunnen wijzen op (vermeende) fouten.

Ik had, och arme, twee, misschien vijf boeken van Dostojevski gelezen … maar zo dol was ik op mijn nieuwste literaire god dat ik geen slecht woord over hem kon verdragen … En dat Timmer zich in dit boek louter op het materiële, het financiële in Dostojevski’s romans richt – De idioot als geldroman –, zal op mij – arme student in de psychologische wetenschappen, die in die jaren volop op waarlijk analytische wijze romantisch liep te wezen en zijn dagen voornamelijk doorbracht met het schipperen tussen hoogdravende dronkemanspraat en apocalyptische zeemanstranen – mogelijk zelfs als een hoogstpersoonlijke aanval overgekomen zijn.

Enkele maanden later, toen ik bij een kleinzoon van een tante van de zus van de neef van de schrijver informatie trachtte los te weken, en vrede moest nemen met een affiche van een tentoonstelling met een replica van D’s schrijftafel, botste ik bij die kleinzoon op eenzelfde weerspannigheid. Van zodra het woord ‘psychoanalyse’ was gevallen, sloten alle deuren – Freuds vadermoord (gebaseerd op een lamentabel stukje journalistiek) liet diepe sporen na. (De tekst van Freud, in Franks biografie nog in de eerste 20 pagina’s met de grond gelijk gemaakt, was ook het enige wat mijn promotor destijds wist aan te reiken.)

Ik stel me voor dat ik dit boek vandaag meer zal weten appreciëren. En weet wel zeker dat ik verdomd veel spijt heb van die aantekeningen …