1646077,wENhz_thfdJhBgdiWFGDOVnVFwIK9XY2EIm6+lzuEKxw+7oNmxMioOI6kztYzm9gPGnkVBCfYYeZ3H8jcyq0DA==

52 #Featuring: Anna Karenina

featuring, leeslinten, Pieter, Romans & Verhalen, Russische literatuur

Omdat er op het einde van de dag vaak een leegte overblijft, staat het virtuele roezen van de occamsrazorlibrary sinds de zomer van ’11 open voor iedereen (zie hier). Bijdrage #52 wordt u aangeboden door Pieter Vanholme. (De overige bijdragen in de featuring-afdeling vindt u hier.)

Anna_Karenina_52b0337148b39

Anna Karenina, een lezing

Alle slechte boeken lijken op elkaar, alle goede boeken falen op hun eigen manier. Of toch zeker Tolstojs Anna Karenina.
Mag ik dat schrijven over een boek dat probleemloos elke literaire canon haalt? Een boek dat fans als Dostojevski, Nabokov en Faulkner in zijn gelederen telt? Een boek dat al ruim honderd jaar lang telkens nieuwe, enthousiaste lezers vindt? Laat me alvast dit zeggen: een boek met zo’n reputatie schept zekere verwachtingen, en ik kan niet ontkennen dat ik enige vooroordelen had toen ik begon te lezen. Anna Karenina: kenden we dat al niet? Was dat niet een beetje een herhaling van Madame Bovary? Vrouw zit gevangen in een vervelend huwelijk, probeert met behulp van de liefde uit haar wereldje te breken, en dat mondt dan uit in een tragisch einde… Wel, jazeker… hoewel het toch net iets complexer is dan dat.

De roman schiet in elk geval virtuoos uit de startblokken: we maken kennis met prins Oblonski (Stiva voor de vrienden) die zijn vrouw Dolly bedrogen heeft. Hoewel Dolly als bedrogene duidelijk het morele recht aan haar kant heeft, is Stiva nu eenmaal zo’n joviale levensgenieter die iedereen voor zich wint, zowel het huispersoneel als de lezer. Zelfs als hij er ideeën op nahoudt die normaal gezien onze morele verontwaardiging zouden moeten oproepen, brengt hij ze op zo’n ontwapenende manier dat hij de sympathie blijft behouden. Of welke andere reactie dan de lach blijft over als de man loopt te overdenken wat hij zijn vrouw moet zeggen, en hij weliswaar niet tegen Dolly wil liegen omdat hij haar immers hoogacht, maar dat hij haar toch moeilijk zeggen kan dat hij niet meer van haar kan houden nu ze een dagje ouder geworden is. Wat een dilemma!

Maar terwijl Tolstoj je dankzij dit schalkse personage meteen de roman in sleurt, is met deze kleine tragedie meteen ook de motor van de roman in gang gezet, en komen alle personages langs die je de volgende duizend bladzijden zullen vergezellen. Zo komt Anna Karenina (de zus van Stiva) naar Moskou om Dolly te overtuigen om niet te scheiden. Ondertussen maakt ook Levin zijn opwachting, een vriend van Stiva die naar Moskou gekomen is om Kitty (Dolly’s zuster) ten huwelijk te vragen. Ondanks haar gevoelens voor Levin, zal Kitty echter weigeren omdat ze een ‘beter’ aanzoek van graaf Vronski verwacht. Maar die heeft dan weer helemaal geen plannen in die richting, en loopt eerder als een overjaarse puber achter Anna Karenina aan zodra hij haar in het vizier krijgt.

Dus: Levin wil Kitty, Kitty wil Vronski, Vronski wil Anna. En Stiva neemt wat hij krijgen kan. Ziedaar de hele constructie die de roman in beweging zet, en uiteindelijk vormen zich drie paren: Stiva en Dolly bevinden zich al meteen in een huwelijkse crisis, maar deze wordt vrij snel ‘bezworen’. Dolly zal echter moeten leren leven met de gedachte dat haar man haar hoogst waarschijnlijk nog vaker zal bedriegen. Deze verhouding zal de hele roman lang niet meer veranderen, en kunnen we dan ook als ondergeschikt beschouwen aan de twee andere relaties die zich zullen vormen, ook al vloeit alles voort uit deze crisis. Indien Stiva zijn vrouw niet bedrogen had, was zijn zus Anna niet langsgekomen, waardoor Vronski niet op zo’n abrupte wijze Kitty de rug had toegekeerd, en Kitty dus Levin niet afgewezen had. Het verhaal zal dan ook verder bouwen op deze twee relaties, die in zekere zin elkaars tegengestelden moeten voorstellen, al zijn ze ten zeerste met elkaar verstrengeld.
Bent u nog mee?

Even ademhalen. Een vriend stelde me onlangs de vraag waarom men soms zo de nadruk legt op de compositie van een roman. Is dat het dan wat een roman goed maakt? Zijn er niet tal van zaken die veel belangrijker zijn? Is spreken over de compositie van een roman niet eerder een manier om op amechtige wijze onze goed- of afkeuring over een boek uit te spreken, omdat we eigenlijk niet meteen de vinger kunnen leggen op wat we nu wel of niet goedvinden? Is het geen poging om onze hoogst subjectieve mening een soort van objectieve waarheid mee te geven? Als de structuur goed is, dan kunnen we toch niets afdingen op de waarde van het boek, nee? En dat terwijl iets als humor toch veel persoonlijker is, en dus nooit een objectieve grond voor de waardering van een boek kan bieden. Aan de ene kant willen we wel toegeven dat er zoiets als persoonlijke smaak meespeelt, aan de andere kant willen we de kwaliteit van literaire werken ook niet overgeven aan de relativiteit der meningen, waarin ‘elk boek evenveel waard is’. We willen onze positieve waardering die uit tal van oorzaken afkomstig is een zekere grond van waarheid meegeven.

Het is wellicht die zoektocht naar een objectieve grond die me goedkeurend laat toekijken hoe Tolstoj op geheel natuurlijke wijze zijn twee antagonistische koppels een intieme paringsdans laat voeren. Want eenmaal alles in beweging gezet is, lijkt alles even de vorm aan te nemen die ik verwacht en gevreesd had: Anna Karenina probeert aanvankelijk de avances van Vronski te negeren, zwicht uiteindelijk, met als gevolg heel wat romantisch gedweep en heel wat schuldgevoelens tegenover haar man. Juist, meneer Karenin had ik hier nog niet vermeld, maar zelfs wie het boek nog niet gelezen heeft had wellicht niet anders verwacht dan een bedrogen echtgenoot aan te treffen.

Terwijl Anna en Vronski in de eerste helft van de roman steeds dichter naar elkaar toegroeien, geraken Levin en Kitty net steeds verder van elkaar verwijderd. Nadat Vronski Kitty gedumpt heeft, doet zij wat elk welgesteld Russisch meisje doet dat even een tikje van het leven gekregen heeft: ze gaat op reis naar een Europees kuuroord. Al zal die reis niet ijdel blijken, want ze wordt er zowaar volwassen, en vindt er zin en welbehagen in het zorg dragen voor anderen. Ondertussen trekt Levin zich terug op zijn landgoed en doet wat elke welgestelde Rus in die tijd doet: hij buigt zich over het probleem van de boeren, die net van hun lijfeigenschap verlost zijn, maar toch liever alles bij het oude lijken te laten. Naast deze intellectuele bezigheden vindt Levin rust en zin in de deugdzame arbeid, gaat hij als edelman tussen de boeren staan om het hooi te maaien, en maakt zichzelf wijs dat hij niets anders nodig heeft. Dat mooie liedje duurt totdat hij Kitty ineens in een flits op een koets voorbij ziet komen, en hij beseft dat hij niet zonder haar kan… (Het spannende vervolg leest u twee alinea’s verder…)

Levin en Kitty leven al die tijd dus van elkaar gescheiden, maar Anna zwicht helemaal voor Vronski. Wat ze in die ijdeltuit en patser ziet, het is mij een raadsel, maar ze biecht uiteindelijk haar relatie op aan haar man. Die eist dat ze alle contact verbreekt, maar wil niet van haar scheiden. Hij verwacht dat ze blijft doen alsof ze man en vrouw zijn, ook al wil hij verder niets meer met haar te maken hebben. Dit verstikkende huwelijk is uiteraard onhoudbaar voor onze arme Anna, en ze moet de kelk ook tot de bodem ledigen: ze wordt zwanger en sterft bijna tijdens de bevalling. Haar man schenkt haar en Vronski uiteindelijk vergiffenis, eigenlijk eerder omdat hij denkt dat ze het niet zal overleven en zo’n vergiffenis mooi staat op zijn christelijk blazoen, maar tegen alle verwachtingen in overleeft Anna het. Vronski, die zich al die tijd opperbest gevoeld had in zijn rol als minnaar, en zich er eerder over verbaasde dat Anna’s man hem niet uitdaagde tot een duel, krijgt door de vergiffenis zowaar last van enige schuldgevoelens, en probeert een kogel door zijn hart te schieten. Probeert, inderdaad, want dat trotse hart weet hij toch niet zo makkelijk te vinden. Toch leidt dit alles tot een uitweg uit een onhoudbare situatie: Anna en Vronski besluiten samen naar Europa te reizen.

Eind goed al goed? Anna laat haar uitzichtloze huwelijk achter zich, al moet ze daarbij ook wel haar zoon achterlaten, maar is eindelijk wel bij de man die ze liefheeft. En hoe gaat het ondertussen met Levin en Kitty? Ook zij weten elkaar eindelijk te vinden, en we krijgen een feestelijk huwelijk. De lezer van het papieren boek merkt op dit moment echter iets vreemds op: hoewel de twee verhalen ten einde lijken, heeft iedereen immers niet wat hij wou, blijkt de linkerhelft van het boek nu ongeveer evenveel te wegen als de rechterhelft. Een sensatie die de lezer van een e-boek helaas moet missen. Hoezo, we bevinden ons pas halverwege? Wat kan er nu nog volgen, want beide koppels hebben toch de hindernis overwonnen die hen van elkaar gescheiden hield? Nu kan toch alleen maar het geluk volgen – en eindigt elk boek daar niet? Maar Anna Karenina is geen sprookje…

Waar in de eerste helft van het boek Anna en Vronski steeds dichter tot elkaar toe groeiden, terwijl Levin en Kitty letterlijk honderden mijlen van elkaar verwijderd waren, daar krijgen we nu het omgekeerde in de tweede helft van het boek. (Daarvoor zijn het tenslotte antagonistische paren.) Tijdens hun zogenaamde wittebroodsweken in Europa valt het al steeds vaker op dat Vronski er alles aan doet om zich niet te vervelen, maar eenmaal ze terugkeren naar Rusland wordt alles alleen maar erger: Vronski beweegt zich met plezier in de uitgaanswereld, die nu helemaal gesloten is voor een gevallen vrouw als Anna. Terwijl Vronski de bloemetjes buitenzet, zit Anna alleen thuis te kniezen. Dit moet wel eindigen in volgende patstelling: terwijl Anna niets minder wil dan de onvoorwaardelijke liefde van Vronski, die ze voortdurend ontkend ziet omdat hij niet bij haar wil blijven, wordt het voor Vronski ondenkbaar om zijn vrijheid op te geven, ook al ziet hij Anna dan nog zo graag. Door deze mentale stellingenoorlog beginnen ze steeds vaker spelletjes te spelen in een poging de ander te beïnvloeden, waardoor ze steeds verder uit elkaar drijven. Tot een breuk onafwendbaar lijkt, Anna geen enkele uitweg meer ziet, en overgaat tot haar noodlottige zelfmoord.

En Levin en Kitty? Na hun huwelijk beleven zij de meest verschrikkelijke maand van hun leven. Ze zijn het absoluut niet gewend om met een ander rekening te houden, en beiden ontdekken dat er meer nodig is dan liefde om samen te leven. Maar terwijl Anna en Vronski in dit tweede deel steeds verder van elkaar komen te staan, zullen Levin en Kitty elkaar steeds beter weten te vinden, waarbij een belangrijke gebeurtenis de dood van Levins broer is waarbij Kitty zich ontpopt als een eersteklas verpleegster. Hierbij komen haar ervaringen in Europa overigens uitstekend van pas.

Maar voor het zover komt, moeten Levin en Kitty toch nog heel wat hindernissen overwinnen, en leest de tweede helft van dit boek dan ook als een cynische verderzetting van het ‘en ze leven nog lang en gelukkig’-einde dit je halverwege vindt. De barsten die zich in het geluk van Anna en Vronski beginnen te vertonen lopen gelijk op met de moeilijke eerste huwelijksmaand van Levin en Kitty. Waar halverwege het boek iedereen even het geluk gevonden leek te hebben, werd algauw de oude wijsheid van Ovidius ter herinnering gebracht: ‘Niemand mag gelukkig heten voor hij dood is en voorgoed begraven.’

Tot nu toe heb ik het vooral over de structuur van deze roman gehad, waarbij vooral de innige verstrengeling van onze twee antagonistische koppels opvalt. Dat is wondermooi, maar kan niet de enige reden zijn waarom iemand een boek graag leest. Ik schreef daarnet dat ik heel wat vooroordelen over dit boek had, maar vreemd genoeg begrijp ik niet goed waarom dit boek bekend staat als het toonbeeld van de romantische gevoelens, waarbij Anna Karenina zich uit haar eentonige huwelijk probeert te bevrijden. Zo heb ik eigenlijk nooit echt begrepen wat ze in Vronski ziet. En bovendien lijkt het op het einde van de roman ook helemaal Tolstojs bedoeling niet geweest te zijn om sympathie voor haar op te roepen… Maar straks meer daarover.

Want wat deze roman boven het maaiveld laat uitsteken, is ongetwijfeld de hoogst persoonlijke vertelstijl van Tolstoj, en zijn gevoel voor ironie en humor die gelegen is in de soms korte karakterschetsen. Zo passeren veel personages voor heel even, worden ze kort uitgelicht, maar op zo’n wijze dat ze bijna onvergetelijk zijn. Zo heb je de kunstschilder die in Europa bezocht wordt door Anna en Vronski, en is het een waar genot om de gedachten van deze schilder te volgen. Want ook al beseft hij wel dat wat zijn bezoekers hem zeggen eigenlijk vrij nietszeggend is, toch is hij behoorlijk in zijn nopjes met alle lof die hem toegezwaaid wordt, en heeft hij even het gevoel alsof hij begrepen wordt. Het is pas als iemand de opmerking maakt dat zijn techniek zo goed is, hij weer bedenkt dat zijn bezoekers er eigenlijk niets van kennen: techniek kan men immers aanleren, maar kunst gaat om het gevoel dat erin gelegd wordt. Een schilder bewieroken vanwege zijn techniek, is alsof men in een boekrecensie enkel de structuur van de roman zou loven. Ahum.
Zo staat het boek vol met prachtige personages, of kleine situaties die dit boek de kwaliteitsvolle reputatie bezorgd hebben dat het verdient. Terwijl Levin en Kitty op het punt staan te trouwen, moet er toch iemand meedelen dat hij niet zo’n fan is van het huwelijk, maar wel, zo merkt hij op, ‘een vriend van arbeidsverdeling’: “Mensen die niets anders kunnen, moeten mensen maken en de overige moeten zich aan de ontwikkeling en het geluk van deze mensen wijden. Velen voelen ervoor deze twee ambten te combineren. Ik behoor niet tot hen.”

Laat ons vooral ook Stiva niet vergeten, de hedonistische man van Dolly die vaak genoeg opduikt. Kostelijk is de passage waar hij zijn vriend Levin uitlacht omdat die het lot van de boer wil verdedigen, met als argument dat het onrechtvaardig is dat hij meer bezit. Daar moet Stiva hartelijk om lachen, en hij brengt Levin zelfs in de war als hij bemerkt dat het inderdaad allemaal onrechtvaardig is en Levin maar alles moet weggeven als hij het meent, maar dat hij anders maar gewoon moet doen als Stiva, namelijk: toegeven dat het leven onrechtvaardig is, en blij zijn dat je er zelf kunt van genieten.
Of wat te denken van Dolly, die op weg gaat naar Anna op het moment dat deze reeds uit de gratie van de hogere kringen gevallen is, terwijl Dolly ondertussen merkt dat ze misschien stiekem wel jaloers is op Anna. Want Dolly is op aanraden van Anna bij haar man gebleven, de joviale Stiva, maar dat is een liefdeloos huwelijk, dat enkel blijft bestaan uit praktische overwegingen. Dolly vraagt zich af of ze niet beter Anna’s daden dan woorden opgevolgd had: haar man verlaten, een nieuwe liefde zoeken… Maar als ze twee dagen later terugkeert na een dag bij Anna rondgehangen te hebben, waarbij het haar opviel dat Anna’s leven eigenlijk niet zo benijdenswaardig is, is ze opgelucht terug naar haar man en kinderen te kunnen terugkeren. Uiteindelijk verkiezen we toch liever het leed dat ons welbekend is. En zo laat Tolstoj ons allerlei grote en kleine verhalen zien, waarbij het leven vaak een onverwachte wending neemt, en waarbij hij zich toont als een meester van de ironie.

Zeker ook nog vermeldenswaardig is een kort fragment waarbij een broer van Levin op het punt staat om een vriendin van Kitty ten huwelijk te vragen. Beiden zijn verliefd op elkaar, en iedereen voelt feilloos aan dat er heel snel een aanzoek zal volgen. Terwijl ze paddenstoelen plukken in het bos, bedenkt de man nog dat het meisje eigenlijk een ideale echtgenote voor hem is. Hij is verliefd, en ziet verder geen bezwaren, behalve dan dat hij eigenlijk gezworen had om zijn overleden echtgenote trouw te blijven. Maar toch, zo neemt hij zich voor, zal hij haar ten huwelijk vragen. Hij draait zich om, wandelt naar haar toe, en Tolstoj toont je een inkijk in de gedachten van beiden. Je leest hoe beiden verliefd zijn, en niets liever willen dan bij elkaar zijn. Het meisje voelt ook feilloos aan dat het aanzoek nu zal volgen, de spanning wordt opgedreven, maar ze zegt nog iets over een paddenstoel. En plots, bijna vanuit het niets, beslist de man om toch geen aanzoek te doen, maar te antwoorden op de opmerking over de paddenstoel. Het meisje is diep teleurgesteld, de man houdt zich voor dat hij het niet kan doen uit respect voor zijn overleden vrouw, maar je voelt aan dat hij dit zichzelf maar wijsmaakt. In deze korte, tragische schets laat Tolstoj alle illusies uit elkaar spatten, en zonder een aanwijsbare reden lopen deze twee doodverliefde mensen elkaar mis. Zo snel kan het gaan, zo snel kan ons leven een andere wending nemen, terwijl we eigenlijk niet weten waarom.
Maar terwijl de inkijk in de gedachten van de personages hier feilloos werkt, wordt het ook weleens potsierlijk, bijvoorbeeld als Tolstoj tijdens de jacht de gedachten van een hond beschrijft. Daarnaast heeft Tolstoj ook wel de neiging om zijn symboliek al te veel te gaan uitleggen. Zo laat hij naar het einde toe Anna steeds meer haar ogen tot spleetjes vernauwen, en lezen we ineens hoe Dolly het volgende bedenkt: ‘Het is of zij de ogen sluit voor haar eigen leven, om niet alles te hoeven zien’.

Over het uitleggen van de eigen symboliek gesproken: het achtste en laatste deel van deze roman is er werkelijk teveel aan. ‘Hij doet het opnieuw’, zo kon ik niet nalaten te denken. Want ik had er me in Oorlog en Vrede al enigszins aan geërgerd dat Tolstoj dit boek afsloot met een uitgebreid essay, alleen maar om het standpunt te herhalen dat hij al gedurende het hele boek voortdurend aanhaalde: de grote wereldgebeurtenissen zijn onafwendbaar, en het individu heeft hier geen vat op. Als een bezeten smid blijft Tolstoj maar op dit punt hameren, waarbij het monotone geluid op den duur pijn doet aan de oren. Laat ook nog iets over aan de lezer, neig ik dan te denken.

Maar wat Tolstoj in het achtste en laatste deel van Anna Karenina doet, is werkelijk niet om aan te zien. Ik schreef daarnet al dat het volgens mij niet de bedoeling is dat de lezer erg sympathiseert met Anna Karenina, want was dat het geval geweest, dan was het boek geëindigd na haar dood. Eerder krijg je op het einde het gevoel dat Anna als een voorbeeld gesteld wordt, maar dan van hoe het niet moet. Ze zocht het geluk buiten haar gezin, en moet ervoor betalen met haar leven.

Maar hoe moet het dan wel? Daarvoor dienen Levin en Kitty. Vlak voor hun huwelijk had Levin haar al opgebiecht dat hij niet in God geloofde, en hoewel ze hem dit vergaf, bleef hij hier zelf onder lijden. In het laatste deel is Levin nog steeds ongelukkig, ook al heeft hij dan eindelijk het huwelijk dat hij wou en lijkt alles goed te gaan, toch blijft het voor hem moeilijk om zin te vinden in het leven, aangetast als hij is door de materialistische opvattingen die uit Europa zijn komen overwaaien. Hij begint zowaar de grote filosofen te lezen, maar toch weet geen van hen een antwoord te geven. (Overigens doet het als Schopenhauer-liefhebber pijn aan de ogen om te lezen hoe Levin twee dagen lang Schopenhauer leest, en overal het woord ‘wil’ door ‘liefde’ vervangt – want dit kan werkelijk nergens meer op slaan.) Het is pas als een boer over iemand zegt dat ‘hij zijn oog op God gericht houdt, en leeft voor zijn ziel, naar de waarheid zoals God die wil’, dat Levin ineens een openbaring krijgt. En jawel hoor, dankzij deze deux ex machina, dit inzicht dat uit een simpele boerenmond komt, vindt Levin ineens de zin van het leven. Had hij in de eerste helft van de roman reeds de vreugde van de arbeid ontdekt, dan ontdekt hij op het einde ineens dat dit ook maar niets voorstelt zonder de zin die God eraan verschaft.
En zo krijgen we op het einde van deze roman nog eens in het lang en het breed het zedenlesje mee dat reeds in de personages van Levin en Kitty regelmatig naar boven was gekomen: Ora et labora. Bid en werk, de man zwoegend op het veld, de vrouw als zorgende moederkloek, en alles komt goed. Hoewel Anna Karenina dan misschien wel als toonbeeld moest dienen voor hoe het niet moest, wie dit slot leest kan begrijpen dat duizenden lezers toch eerder sympathie hadden voor de heldin uit de titel. Leuk detail hierbij: de uitgever van de krant waarin Anna Karenina oorspronkelijk verscheen, weigerde om dit laatste deel af te drukken, al had dat eerder met politiek dan godsdienst te maken. Toch lijkt het me geen slecht idee om dit laatste deel uit het boek te scheuren, ook al ontneem je dit boek dan misschien wel zijn interne logica, want zonder dit laatste deel is het eigenlijk niet duidelijk waarom Tolstoj het verhaal van Anna Karenina vertelt. Daarom zou ik adviseren om dit laatste deel toch maar eerst te lezen, alvorens het te verscheuren.