pnin new

15 #featuring: Pnin

Annelies, featuring, Romans & Verhalen, Russische literatuur

Omdat er op het eind van de dag vaak een leegte overblijft, staat het virtuele roezen van de occamsrazorlibrary sinds de zomer van ’11 open voor iedereen (zie hier). Bijdrage #15 wordt u aangeboden door Annelies. (De overige bijdragen in de featuring-afdeling vindt u hier.)

pnin new

The elderly passenger sitting on the north-window side of that inexorably moving railway coach, next to an empty seat and facing two empty ones, was none other than Professor Timofey Pnin.

Toen ik tijdens mijn studententijd Lolita las, maakte ik een fout: ik las het boek in het Russisch. Dat is nu ook geen kapitale fout, aangezien Nabokov zijn eigen romans vertaalde, maar toch; Pnin, in dezelfde periode geschreven, las ik, zoals dat in mijn hoofd hoort, in de oorspronkelijke taal: het (ietwat ‘gestudeerde’ en misschien precies daarom net zo mooie) Engels (van een Russische emigré).

Op de een of andere manier deed professor Timofej Pnin me meteen denken aan een docent Russisch van me uit voornoemde studententijd. Codenaam ‘Rb’: zo herkenden we hem op de lesroosters. Bijnaam ‘de Walrus’: hij zag er nooit echt uitgeslapen uit. Hij had datzelfde stumperige van Pnin, vooral op de dagen dat hij (net geen dertig) en ik (net geen twintig) het leslokaal willens nillens voor ons alleen hadden. ‘…, and, upon closing the elephantine lexicon, realized with a pang that he had immured somewhere in it the index card with notes that he had been holding all this time. Must now search and search through 2500 thin pages, some torn!’ Ik zie Rb probleemloos hetzelfde overkomen met het dikste boekdeel van de Bolsjaja Sovjetskaja Entsiklopedija.

Evenzeer deed Pnin me meteen denken aan Oliver ‘De Dikke’ Hardy: de bananenschil komt in beeld en je wéét gewoon: dat gaat mis. Maar gelukkig voor Pnin, en voor mijn leesplezier, vervalt Nabokov nooit in slapstick en wordt het schijnbaar onafwendbare toch telkens weer afgewend, maar dan wel net voorbij het cruciale moment waarop ik me er dan maar bij had neergelegd, zodat ik telkens even moest bekomen van de schok, vooraleer ik – hoofdschuddend glimlachend omdat ik er bijna weer ingetuind was – de draad van het verhaal weer kon oppikken.

Ook toen ik het procédé doorhad, bleef ik erin lopen. Helemaal op het einde zelfs nog. Terwijl hij zijn huurhuisje opruimt na een feestje, laat Pnin tijdens de vaat een notenkraker uit zijn handen (handdoek) glippen. Je ziét als lezer gewoon hoe het voorwerp als in een vertraagde film het schuimende afwaswater uiteen splijt, je knijpt je ogen stijf dicht en duikt met opgetrokken schouders ineen bij het geluid van brekend glas: die punchkom die niet veel eerder nog zo uitvoerig door de gasten werd bewonderd, was gewoon te mooi om de avond te kunnen overleven. Blijkt dat er een ordinair wijnglas gesneuveld is, de kom is intact gebleven.

De tranen die Pnins ogen vertroebelen op het ogenblik dat hij denkt dat de kom (een geschenk van zijn zoon Victor) gebarsten is, brachten me in herinnering waarom ik deze goedmoedige pechvogel in mijn hart had gesloten: ‘In order to exist rationally, Pnin had taught himself, during the last ten years, never to remember Mira Belochkin – not because, in itself, the evocation of a youthful love affair, banal and brief, threatened his peace of mind …, but because, if one were quite sincere with oneself, no conscience, and hence no consciousness, could be expected to subsist in a world where such things as Mira’s death were possible’. Jammer toch dat net zulke mannen altijd het slachtoffer worden van vrouwen als Liza Bogolepova. En dat ze doorgaans geen tot allesbehalve een streling voor het oog zijn …

Voor de rest zijn Pnins gebrekkige Engels (‘Our friend,’ answered Clements, ‘employs a nomenclature all his own. His verbal vagaries add a new thrill to life. His mispronunciations are mythopeic. His slips of the tongue are oracular. He calls my wife John.’) en zijn wederwaardigheden in het Amerikaanse academische wereldje om je te bescheuren. Meermaals sloeg ik in gedachten met mijn vlakke hand op (de kat op) mijn billen, op de tafel of op het nachtkastje van plezier, zoals wanneer Laurence ‘…, sank into the easy chair and immediately grabbed the first book at hand, which happened to be an English-Russian and Russian-English pocket dictionary.’ Ik zie het mezelf nog overkomen.

Als ik enkele andere aangeduide – want sublieme – passages overloop, merk ik dat ik Pnin zal moeten herlezen, wil ik nog meer verbanden kunnen leggen, elk detail ten absolute gronde kunnen doorgronden. Wat heb ik veel gemist in het voorbijgaan! ‘Pnin wrote her a tremendous love letter – now safe in a private collection – and she read it with tears of self-pity while recovering from a pharmacopoeial attempt at suicide because of a rather silly affair with a littérateur who is now — But no matter.’ Die privéverzameling blijkt die van Nabokov zelve te zijn, en ook op de zelfmoordpoging komt hij als alwetende (want rechtstreeks betrokken) verteller later nog terug. Die interventies waaruit blijkt dat de verteller Nabokov zelf is, waren overigens het enige wat me wel eens stoorde, omdat die passages me telkens even met beide benen weer in de non-fictie plaatsten.

Ik hoor het mezelf graag denken, dat ik ‘Pnin zal moeten herlezen’. Nabokovs oeuvre is zo omvangrijk (en het zijne niet alleen) … Als compromis lijkt Pale Fire de evidente volgende (Nabokov) op de leeslijst: daar mag mijn dierbare Timofej Pnin nog eens rakelings passeren.